Bonus D: Graven

Graven in het Julianapark

Vroeger begroef men de doden altijd in of rond de kerk. Na de komst van Napoleon in 1810 werd dat verboden en werd een begraafplaats aangelegd aan de Stenenkruisstraat. We kennen deze begraafplaats nu als de omheinde plek in het midden van het Julianapark. Minder bekend is dat er buiten de hekken, beschut aan de rand van het park, nog twee graven te vinden zijn. Hoe komt dit?

In de negentiende eeuw lag er een begraafplaats vlak buiten de stadsmuren, op het gebied tussen de Stenenkruisstraat, Waldeck Pyrmontsingel, Van Gentstraat en de Fort Kijk in de Potstraat. Toen Nijmegen in 1872 haar status als vestingstad verloor, mocht ook buiten de stadsmuren gebouwd worden en nam het aantal huizen rondom de begraafplaats toe. Er pasten geen nieuwe graven meer bij en de begraafplaats raakte in verval. In 1925 werd daarom besloten om het noordelijke deel, en in 1926 het zuidelijke deel, te oruimen. Van een plek van de dood en herinnering werd het een park vol leven en ontspanning: het Julianapark!

De graven in het omheinde middenstuk, bij de huidige Stenenkruisstraat, waren van rijke protestanten. Zij hadden genoeg geld en status om van de gemeente te eisen dat de graven konden blijven. Maar waarom liggen ook deze twee graven buiten de omheining er nog?

Veel graven in het park waren in particulier bezit, de zogeheten eigen-graven. De gemeente kon alleen ruimen met toestemming van de eigenaar. Van deze twee graven was de eigenaar onvindbaar… en dus liggen ze tot de dag van vandaag in het park!

Overigens bevindt zich op deze locatie nog meer ondergrondse geschiedenis. Op 21 november 1939, toen Nijmegenaren bang waren voor de dreiging van het nabijgelegen agressieve Duitsland, werd preventief een schuilkelder gegraven in het Julianapark.